The Handsome Family - Honey Moon


Koppels in de muziek: in het beste geval denkt u aan Johnny Cash en June Carter, in het slechtste geval aan het volledig uit zonnebankbruin en geblancheerde tanden opgetrokken duo Nicole en Hugo. Ook The Handsome Family is een gelukkig getrouwd koppel en maakt al 14 jaar lang goede tot uitstekende gothic country-platen. Voor hun jongste worp, ‘Honey Moon’, hoeft u deze keer echter geen plastieken overall aan te trekken: er vallen geen lijken, en ook alcoholmisbruik, waanzin en ongeluk zijn niet de hoofdthema’s. Zijn Brett en Rennie Sparks soft geworden? Voor deze plaat wel. Ze vieren hun twintigste huwelijksverjaardag en in plaats van dat te vieren met rosbief met kroketten voor familie en vrienden, maakten ze een plaat.

The Handsome Family is niet het soort band dat met dat gegeven platitudes of clichés gaat opzoeken. Iets in de geest van ‘She loves you, yeah yeah yeah‘ zal je bij hen dan ook niet snel tegenkomen. Rennie Sparks, die zoals altijd de lyrics voor haar rekening neemt, zoekt vooral naar liefde (en bijhorende metaforen) in de natuur: fladderende zwaluwen die de opwinding van de verliefdheid symboliseren (‘Little Sparrows’) of meikevers die de lente en de opleving van de passie aankondigen (‘June Bugs’). De fauna en flora uit de landelijke omgeving sluit natuurlijk ook bijzonder goed aan bij hun op country en appalachian folk geschoeide stijl. Het tempo van de plaat is dat van de natuur, het ritme dat van een lome zondagmiddag in de zon. De brommende bariton van Brett Sparks is al even rustgevend.

Dat is dan ook meteen het grote pijnpunt van het album: het is allemaal wat te gezapig. De scherpe randjes die altijd in de teksten zaten, zijn er nu niet. De figuren aan de rand van de maatschappij die en masse aanwezig zijn op de andere albums van The Handsome Family, blijven op ‘Honey Moon’ in de kast. En zoals Paul Jambers al bewees zijn het net dit soort figuren die het publiek het interessantst vindt. De familie Sparks zoekt wel naar variatie, maar net zoals op de vorige albums kleuren ze nooit echt buiten de lijnen van hun genre. ‘The Loneliness Of Magnets’ illustreert dat: de lyrics zijn licht komisch en de leadgitaar is jazzy, maar al bij al blijft de variatie erg beperkt. Dat neemt echter niet weg dat The Handsome Family weer enkele erg mooie nummers heeft gemaakt: ‘The Petrified Forest’, ‘Darling, My Darling’ en ‘The Winding Corn Maze’ zijn mooie treurige slows, terwijl ‘Wild Wood’ een knappe traditionele countrysong is.

Brett en Rennie Sparks hebben al jaren geleden hun eigen stijl vastgelegd. Ook op deze plaat kleurt The Handsome Family niet buiten die muzikale lijnen, alleen hebben ze voor dit jubileumalbum hun gebruikelijke thematiek aangepast. ‘Honey Moon’ bevat eigenlijk geen enkel slecht nummer, maar het kippenvel dat sommige van hun gothic country-verhalen opwekt, is hier afwezig.

Akron/Family - Set ‘Em Wil, Set ‘Em Free


Timing is everything.
Het is zo een typische uitspraak voor gehaaide marketingtypes in veel te dure Hugo Boss-pakken. Maar clichés bestaan nu eenmaal omdat er een grote grond van waarheid in schuilt. Neem nu Akron/Family en Fleet Foxes: naast vestimentaire keuzes en een voorliefde voor beharing op het aangezicht, spelen beiden ook met country- en folkinvloeden en meerstemmige zang. Toen in 2005 het uitmuntende debuut van Akron/Family uitkwam, kreeg dat echter heel wat minder belangstelling dan dat van de Foxen, en kregen ze maar al te makkelijk het ‘alles en niets zeggende’ etiket freak folk opgeplakt.

Maar Akron/Family bleef slechts één album stilstaan bij die pastorale countryfolk. Enkel de meerstemmige zangpartijen werden meegenomen naar de volgende albums, want stilstaan lijkt niet in de aard van deze band te liggen. Zo werden op het splitalbum met Angels Of Light (’05) de versterkers een eerste keer wat luider gedraaid en sloop psychedelische rock binnen. In 2006 zette de band een nieuwe interessante stap, een die weliswaar niet ieders cup of tea was: ‘Meek Warrior’ kreeg een stevige shot free jazz mee en werd opgenomen met Hamid Drake, de man die achter de vellen zat bij Peter Brötzman en Ken Vandermark. De opvolger, ‘Love Is Simple’ (’07), was hun minste werk: vooral de lyrics helden te sterk over naar belegen hippiepoëzie over love.

Voor de opnames van ‘Set ‘Em Wild, Set ‘Em Free’ dienden zich enkele ingrijpende veranderingen aan. Zo stapte Ryan Vanderhoof op - hij die van alle bandleden het uiterlijk van een hippe in overtreffende trap had - om in een Buddhist Dharma center zijn dagen te gaan slijten, terwijl de groep zelf hun vertrouwde label Young God Records  inruilde voor Dead Oceans. Die veranderingen hebben de band duidelijk goed gedaan en een nieuwe vitaliteit stroomt door de aders. ‘Everyone Is Guilty’ is stomende funk, die zich ergens tussen Fela en Funkadelic situeert, en de degens kruist met Led Zeppelin. ‘River’ kijkt naar de Nigeriaanse Highlife, met die heldere klaterende gitaar. De country- en folkroots van de band komen dan weer boven in ‘The Alps & Their Orange Evergreen’ en ‘Set ‘Em Free, Pt.1′, twee rustige zalvende nummers.

Net als tijdens haar optredens is de band op haar best wanneer ze zich volledig kan uitleven in jams met rock, country en psychedelica. ‘Gravelly Mountains of the Moon’ begint rustig, gaat dan in rockmodus, belandt even verderop in free jazz en eindigt in een waanzinnige, net geen kakofonische samenzang. ‘Many Ghosts’ - de meest catchy song op de plaat - brengt even rust, maar in ‘MBF’ drukt Akron/Family het gaspedaal weer in: wat begint met een stevige shot krautrock, verandert in een hypnotiserende lap noiserock. In ‘They Will Appear’ komt Neil Youngs Crazy Horse op bezoek, met als resultaat een potige rocksong. ‘Sun Will Shine’ en het door Crosby, Stills, Nash & Young geïnspireerde ‘Last Year’ sluiten het album op een ingetogen manier af.

Akron/Family maakte met ‘Set ‘Em Wild, Set ‘Em Free’ weer een ontzettend boeiend en bijwijlen bevlogen album. De voortdurende evolutie van de band en de manier waarop ze omgaat met verschillende invloeden (en die perfect weet te incorporeren binnen de eigen sound) is bijzonder knap. Akron/Family staat er weer, en we kijken al uit naar hun volgende trip.

Sonic Youth - The Eternal


Nog vijf dagen slapen en de nieuwe Sonic Youth is er. Voor zij die niet kunnen wachten: hier kan je hem voorbeluisteren.

Bloodkin - Baby, They Told Us We Would Rise Again


Met de steeds stijgende thermometer kunnen we een best een degelijke portie Southern Rock pruimen. En de Bloodkin zorgt daar voor, met goedkeuring van de geweldige Drive-By Truckers: Bloodkin komt ook uit Athens (Georgia), Patterson Hood is grote fan en Mike Cooley speelt zelfs mee op deze plaat.

Hier is een volledig optreden uit maart te downloaden.

MySpace
Website

De beste platen van 2009 tot nu toe

De afgelopen weken had ik een zware aanval van writersblock en blogmoeheid. Maar wanneer de lijstjestijd aanbreekt begint het weer te jeuken. Vandaar dus het halfsjaarslijstje!


10. A.C. Newman - Get Guilty
A.C. Newman weet hoe je een goed nummer moet schrijven. Met op je CV de titel van opper-New Pornographer en voornaamste songschrijver van die band zijn je kwaliteiten natuurlijk ruimschoots bewezen. Niet zo aanstekelijk als zijn vorig album en zou soms Neko Case een aardige meerwaarde betekenen, maar niettemin het beste indie pop-album van het jaar.


9. DM Stith - Heavy Ghost 
Debuut van het jaar. DM Stith maakte met ‘Heavy Ghost’ een fascinerend en interessant album, maar het is zeker geen hapklare brok. Onder complexe composities zitten soms straffe songs, maar soms ook nog veel lucht. Toch is Stith een Grote Belofte waar nog heel wat groeipotentieel. Ook live staat hij er al, zij het met meer uitgepuurde versies van de nummers op zijn plaat.


8. Titus Andronicus - The Airing of Grievances
Punk zoals punk moet zijn: rauw en ruig, geurend naar zweet, volgepompt met adrenaline en een zeker misprijzen tegenover alles en iedereen. Titus Andonicus doet dat met veel bravoure, en slaagt erin jeugdige frisheid te koppelen aan intellegentie en een geloofwaardig je m’ enfoutisme.


7. Akron/Family - Set ‘Em Wild, Set ‘Em Free
Comeback van het jaar. Na het teleurstellende Love Is Simple, het vertrek van bandlid Ryan Vanderhoof en een labelwissel staan de baarden van Akron/family terug sterk in hun schoenen: meerstemmige zang, psychedelia, lang jams en uitstapjes naar free jazz en noise.


6. Sun O))) - Monoliths & Dimensions
Sun o))) of hoe lawaai bloedmooi en destructief tegelijk kan zijn.


5. Zu - Carboniferous
Sforza Italia. Metal, hardcore, free jazz. Niet opzetten als oma langskomt. Vooral de eerste drie nummers zijn een uppercut van jewelste.


4. Justin Townes Earle - Midnight At The Movies
Zeer mooi en vrij traditioneel country, folk en blue grass album van de zoon van Steve Earle. Justin Earle is een groot songschrijftalent.


3. Black Joe Lewis & The Honeybears - Tell’em What Your Name Is!
Een origineel retroplaatje op de rand van rauwe garage en stomende soul en funk. Aanstekelijker dan de Mexikaanse griep. Black Joe Lewis mag dringend naar Europa komen, want ook live zou het geweldig zijn.


2. Kylesa - Static Tensions
Retestrake hardcore met twee drummers die lonkt naar de betere metal. Klinkt zwaar en moeilijk, maar Kylesa maakte een zeer volwassen, gevarieerde plaat, die er toch in slaagt om toegankelijk te blijven.


1. Mastodon - Crack The Skye 
Vergeet het van de potgerukte concept, de muziek is briljant. Ik ben allesbehalve een metalhead maar deze plaat overstijgt dat genre op zovele manieren dat je als muziekliefhebber alleen maar met open mond kunt luisteren naar deze ferme lap muziek.

Conclusie: 2009 is tot nu toe vooral het jaar van de luidere muziek.
Coveralbums: Zowel Steve Earle als Phosphorescent brachten twee meer dan verdienstelijke albums uit.
Volgende albums uit 2009 heb ik nog niet goed genoeg beluisterd om een oordeel over te vellen, maar staan nog op het aankooplijstje: Bill Callahan, Jason Lyttle, Isis, Toman, Alela Diane, Marissa Nadler, Grizzly Bear, Bela Fleck
Volgende albums zal ik volgend jaar wel in de solden kopen: Bob Dylan -Together Trough Life, Morrissey - Years Of Refusal
Tegenvallers van 2009: The Decemberists - The Hazards Of Love
De overroepen Pitchfork-hypes: The Pains Of Being Pure At Heart - The Pains Of Being Pure At Heart
De goedgekeurde Pitchfork-hypes: Japanodroids - Post-Nothing, Woods - Songs Of Shame
Slechtste van het jaar: Ik val in herhaling maar ik kan niet anders: Jasper Erkens en Milow vallen weer in de prijzen.

DM Stith - Heavy Ghost

Musicals zijn stuk voor stuk verschrikkingen. In ‘The Sound Of Music’ zou je haast gaan supporteren voor den Duits, opdat Julie Andrews eindelijk haar kop zou dicht houden. Of wat dacht u van ‘West Side Story’, waar messentrekkend straattuig wordt afgebeeld als goed van stem voorziene atleten die bij hevige vechtpartijen esthetisch om elkaar heen dansen? ‘Les Misérables’ en ‘Daens’: allemaal ziek in hetzelfde bed. Bijna had dit genre ervoor gezorgd dat DM Stith, Daniel Micheal Stith voor de vrienden, de muziek voorgoed had afgezworen. Een traumatische opvoering van ‘The Phantom Of The Opera’ in zijn High School, door zijn moeder begeleid op piano, zorgde daarvoor. Als tegenreactie begon hij een noiseband, waarmee hij uiteraard niks klaar maakte.

Na zijn opleiding als graficus belandde Stith in het onvermijdelijke Brooklyn. Hij leerde Shara Worden kennen (aka My Brightest Diamond en vroeger bandlid van Sufjan Stevens) en kreeg via haar de smaak voor muziek maken weer te pakken. Alleen al door deze bio (of hij nu volledig waar is of niet laten we in het midden) en door zijn connectie met de mensen van Ashtmatic Kitty (label van Sufjan Stevens en My Brightest Diamond) zou u nu al moeten weten dat DM Stith geen doorsnee kant-en-klare pop brengt. En dat is dan nog het understatement van het jaar: ‘Heavy Ghost’ is een complex en veellagig album, dat na een dozijn luisterbeurten nog steeds moeilijk te vatten is. DM Stith slaagt erin om binnen één album zowel barok, minimalistisch en impressionistisch te klinken. Soms komt hij koel en berekend over door de complexe composities die hij opzoekt, maar hij kan evengoed ontwapenend en ontroerend uit de hoek komen.

Het openingstrio - ‘Isaac’s Song’, ‘Pity Dance’ en ‘Creekmouth’ - zijn verbluffend gecomponeerde songs, opgebouwd uit rammelende en repetitieve instrumenten en stemmen in verschillende loops. Referenties aan hedendaagse componisten als Steve Reich en Moondog liggen dan ook voor de hand. Het probleem is echter dat de muziek wel weet te overdonderen, maar niet te ontroeren: de puur emotionele kwaliteit die zo belangrijk is bij de beleving van een plaat, ontbreekt. Pas in het vierde nummer, ‘Pigs’, slaagt Stith er een eerste keer in om onder het vel te kruipen. Wanneer hij “Full of The Devil” zingt, komt hij zowel vocaal als emotioneel akelig dicht in de buurt van het meest bij de keelgrijpende van Athony Hegharty. De rest van de song lijdt evenwel nog te zeer onder de berekendheid van zijn onconventionele stijl.

Maar de plaat groeit langzaam. Op ‘Thanksgiving Moon’ vallen de stukken voor een eerste keer echt goed samen. Dat Stith een oor heeft voor compositie was ondertussen duidelijk, maar nu laat hij horen dat er ook een songschrijver in hem huist: compositie en song ondersteunen elkaar in een fascinerend nummer. In ‘Fire Of Birds’ is het weer raak. Het nummer begint traag met een treurig achtergrondkoor en strijkers, maar langzaam aan komt er zeer subtiel meer dreiging opzetten tot de ontwikkeling van het refrein. Het is eigenlijk dankzij de refreinen in ‘Thanksgiving Moon’ en ‘Fire Of Birds’ dat Stiths arrangementen de nodige structuur krijgen om echt open te bloeien. Ze werken als kapstokken voor de luisteraar, zodat deze niet verloren loopt in de kronkels van Stiths muzikale spectrum.

Echte rustpunten zijn er niet op de plaat. Stith lijkt het niet te kunnen laten om er steeds weer een veelheid aan instrumenten en stemmen bij te slepen. ‘Morning Glory Cloud’ en pianoballad ‘Braid Of Voices’ beginnen kalm, maar worden hoe langer ze duren almaar voller gestopt. Stith heeft duidelijk last van horror vacui, telkens weer vult hij rustpunten op met een arsenaal aan geluiden en stemmen. Dat maakt dat ‘Heavy Ghost’ een interessant, maar ook een vermoeiend album is om naar te luisteren.

DM Stith maakte met ‘Heavy Ghost’ een fascinerend en interessant album. Hij maakte ook een moeilijke en soms hermetische plaat. Voor zij die alleen de conclusie van een recensie lezen: zelfs na vijftig luisterbeurten weet je nog niet of het slechte, een matige, een goede of een briljante plaat is.

The Deep Dark Woods - Winter Hours


The Deep Dark Woods zijn een bende Canadezen die mooie alt. country brengen waarin de invloed van zeer goed volk als The Band en opa Neil.

The Deep Dark Woords - Polly

MySpace

De marketingblog

De Standaard heeft een aantal leuke blogs, die meestal door journalisten geschreven worden, en zoals dat gaat met blogs, proberen ze binnen één thema de actualiteit te volgen. De TV-blog schrijft recensies en Café Foto toont een selectie grappige foto’s. Op het domein van economie is er de vrij interessante Marketingblog. Er is ook een blogje voor muziek voorzien. Dat wordt geschreven door Milow. Gezien de content van deze blog zouden ze de naam van deze blog, Off The Record, ook beter veranderen in Marketingblog. Het gaat ondertussen zelfs zover al dat onze Jonathan de blog gebruikt om tickers voor niet uitverkochte concerten aan de man te brengen.

Writersblock

Geen varkensgriep nee, maar writersblock is ook best erg. Zowel in het schrijven voor deze blog als in het schrijven van reviews: ik bijt ondertussen al twee weken lang mijn stuk op DM Stith.
Maar dankzij onderstaand plaatje heb ik dit weekend mijn zinnen toch wat kunnen verzetten. Eén van de betere plaatjes van het jaar. En ik vind hem na twee albums al beter dan zijn pa! Dat belooft voor de toekomst.

Nigeria 70: The Definitive Story of Funky Lagos


Nigeria 70 uit 2001 was een compilatie die de rijkdom van de Nigeriaanse muziek blootlegde: in de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 werden soul, jazz, disco en funk vermengd met tradtionele muziekvormen en Afrikaanse ritmes. Deze verzamelaar focust dus -gezien zijn titel- op de jaren ‘70. Naast grote namen als Fela Kuti, Tony Allen en King Sunny Ade komen er heel wat minder bekend figuren en bands aan bod. Spijtig genoeg is deze fantastische muziek mogelijk bezig aan zijn laatste jaren: in het noorden van het land heeft de sharia veel aanhangers en zij zijn niet meteen ’s werelds grootste muziekfans, in het zuiden rukken rap en R&B op.
Deze verzamelaar werd een succes en was jaren lang niet meer verkrijgbaar. Maar -hoera! - hij is opnieuw uitgebracht.

Peter King - Shango

website